Find a repair centre

Warranty

Gebruik het model van het apparaat of de artikelomschrijving om te zoeken naar accessoires of naar mogelijkheden om de garantie uit te breiden

Zoeken:  
  (bv. B42WD, M1400)

Wij gebruiken cookies op onze website. Bij verder bezoek aan onze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Zie Cookie-informatie voor meer informatie over het gebruik van cookies en het beheren van uw voorkeuren op

SLUIT BERICHT
Hoe sluit ik mijn alles-in-een-printer met WiFi aan op een draadloos infrastructuurnetwerk zonder de kabel voor netwerkinstelling en de cd-rom met software?
Hoe sluit ik mijn alles-in-een-printer met WiFi aan op een draadloos infrastructuurnetwerk zonder de kabel voor netwerkinstelling en de cd-rom met software?
Dit document afdrukken   Verzend dit document per e-mail   Een probleem melden   
Dit document is ook beschikbaar in het:  

HEEFT BETREKKING OP:


  • Installeren van draadloos netwerk (infrastructuurmodus) met behulp van het LCD-paneel
  • Infrastructuurnetwerk (waarbij een draadloos toegangspunt/router wordt gebruikt)
  • Instellen zonder installatie vanaf de cd-rom met software van Epson of met behulp van de kabel voor netwerkinstelling
  • Deze alles-in-een-printers met Wi-Fi:

    • Stylus SX425W, SX510W, SX515W, SX525WD, SX610FW, SX620FW
    • Stylus Office BX305FW, BX320FW, BX525WD, BX610FW, BX625FWD, BX925FWD
    • Stylus Photo PX710W, PX720WD, PX810FW, PX820FWD

UITLEG:


U kunt de printer gebruiken via een draadloze LAN of LAN met kabel door het bedieningspaneel en de besturingssysteemfuncties te gebruiken, zonder dat u gebruik hoeft te maken van de gebundelde EpsonNet-instellingen. Dit kan handig zijn als u de printer al heeft geïnstalleerd om via USB te gebruiken, of als u de gebundelde cd-rom met software van Epson (met de EpsonNet-instellingen) of de kabel voor het USB-netwerk kwijt bent.

Opmerking:

Er is een draadloos toegangspunt vereist voor draadloos netwerken in de infrastructuurmodus. In de infrastructuurmodus is de printer via een toegangspunt op de computer aangesloten. Om op de draadloze LAN aan te sluiten, moeten het toegangspunt en alle draadloze clients/apparaten worden geconfigureerd voor het gebruik van dezelfde SSID. Draadloze routers voor thuisgebruik hebben allemaal een ingebouwd toegangspunt ter ondersteuning van de infrastructuurmodus.



Aan de slag: benodigde software

Voordat u de printer kunt gebruiken, moet u eerst de benodigde software op uw computer installeren, zoals stuurprogramma's voor printer en scanner. Als u de printer voor het eerst op een computer aansluit, installeert u de volgende software van de software-cd van de printer met behulp van EasyInstall of Software List. U kunt de benodigde software ook downloaden en installeren via de Epson-website.

Zorg ervoor dat u de volgende software heeft geïnstalleerd voordat u verder gaat met de volgende stap:

Software Beschrijving
(Printer) stuurprogramma Printerstuurprogramma
EPSON Scan Scannerstuurprogramma
Epson-netwerkhulpprogramma Met behulp van Epson Status Monitor kunt u printers in een netwerk controleren
EpsonNet Print U kunt een afdrukpoort maken en beheren (EpsonNet-afdrukpoort).


Opmerking:

  • De software voor het EPSON-netwerkhulpprogramma is alleen beschikbaar voor Windows.

  • Opmerking voor gebruikers van de Stylus SX510W/SX515W: Als 'EPSON-netwerkhulpprogramma' niet wordt weergegeven op de downloadpagina van uw product voor Windows 2000, XP, Vista of Windows 7, probeert u in plaats daarvan de software te installeren via de lijst 'Netwerkhulpprogramma's' (Network Utilities) voor de SX610FW.


Aan de slag: benodigde informatie voor draadloze installatie en aansluiting

U heeft de volgende informatie nodig over uw draadloze LAN voordat u met instellen begint:

  • SSID
  • Modus Beveiligingsniveau instellen
  • Encryptiesleutel (WEP-sleutel of WPA-wachtwoordzin). (Er is geen encryptiesleutel vereist voor niet-beveiligde netwerken.)

    Hoe kom ik achter mijn netwerkinstellingen?

    SSID


    U moet de SSID van uw netwerk bij de hand houden. Als u deze informatie niet heeft, raden wij het volgende aan:

    • Controleer de draadloze router. Soms bevindt deze informatie zich op een sticker op de onderkant van de router.
    • Raadpleeg de documentatie die door uw internetprovider (ISP) is geleverd of degene die het draadloze netwerk heeft ingesteld.
    • Raadpleeg de documentatie die bij uw draadloze router is geleverd om achter deze informatie te komen (als het niet de standaard is, moet het beschikbaar zijn via het configuratieprogramma van de routerfabrikant).
    • Neem contact op met uw internetprovider voor advies over hoe u deze informatie kunt vinden.

    Beveiligingsmodus en -niveau


    Als het netwerk is beveiligd, moet u de modus Beveiligingsniveau kennen, zoals WEP-64 bit (40 bit), WEP-64 bit, WEP-128 bit (104 bit), WEP-128 bit, WPA-PSK-TKIP of WPA-PSK-AES.

    Tip: De lengte van de sleutel geeft een indicatie van het beveiligingsniveau. In onderstaande tabel worden voorbeelden gegeven.

    Lengte van de sleutel Beveiligingsniveau Type
    10 tekens WEP-64 bit (40-bit) Hexadecimaal
    5 tekens WEP-64 bit Alfanumeriek
    26 tekens WEP-128 bit (104 bit) Hexadecimaal
    13 tekens WEP-128 bit Alfanumeriek
    8 tekens
    (maximaal 63)
    WPA-PSK-TKIP of WPA-PSK-AES.
    Het meest voorkomende WPA-type is WPA-PSK-TKIP, dus selecteer dit tenzij u weet dat de modus WPA-PSK-AES is.
    -

    *Hexadecimaal = sleutel/wachtwoord mag alleen bestaan uit de cijfers 0 ~ 9 en tekens a ~ f
      Alfanumeriek = sleutel/wachtwoord mag bestaan uit alle cijfers en letters

    WEP-sleutel of WPA-wachtwoordzin


    Als het netwerk is beveiligd, heeft u de WEP-sleutel of de WPA-wachtwoordzin nodig. Als u deze informatie niet heeft, raden wij het volgende aan:

    • Raadpleeg de documentatie die door uw internetprovider (ISP) is geleverd of degene die het draadloze netwerk heeft ingesteld.
    • Raadpleeg de documentatie die bij uw draadloze router is geleverd om achter deze informatie te komen (als het niet de standaard is, moet het beschikbaar zijn via een configuratieprogramma).

      Opmerkingen-pictogram Opmerking:

      Als u een draadloze LAN-verbinding gebruikt, stelt u de beveiliging in op bijvoorbeeld WEP of WPA. Op een niet-beveiligd netwerk kunnen uw gegevens gevoelig zijn voor onderschepping door derden etc.

De printer op een draadloos LAN-netwerk aansluiten - Optie 1: met behulp van de instelwizard

Voordat u de printer instelt, moet u ervoor zorgen dat het toegangspunt is ingeschakeld en communicatie beschikbaar is.

  1. Schakel de printer in.

    Opmerking:

    • Schakel de printer niet uit en verwijder de stroomtoevoer niet als u instellingen invoert op het bedieningspaneel.
    • Het netwerk instellen als u toegang heeft tot de geheugenkaart kan de toegang verbreken.


  2. Ga naar de modus Instellingen (Setup).

    • Stylus SX510W/SX515W: Druk op Instellingen (Setup) op het bedieningspaneel van de printer.

    • Stylus SX610FW, Stylus Office BX610FW, Stylus Photo PX710W, Stylus Photo PX810FW: Druk, indien nodig, op de knop Home op het bedieningspaneel van de printer. Selecteer Instellingen (Setup) en druk op OK.

      Opmerking:

      Gebruikers van PX810FW: Aangezien uw alles-in-een-printer een aanraakpaneel heeft, hoeft u OK niet te selecteren om naar het menu Instellingen (Setup) op het aanraakpaneel te gaan. Dit geldt voor de meeste andere instructies in dit artikel die u aanraden om op OK te drukken om naar een menu te gaan.


  3. Druk op de linker- of rechterpijltoets, totdat Netwerkinstellingen (Network Settings) wordt gemarkeerd. Druk op de knop OK om dit te selecteren.


  4. Gebruik in Netwerkinstellingen (Network Settings) de pijl omhoog of omlaag om Draadloze LAN-instellingen (Wireless LAN Setup) te markeren en druk vervolgens op OK.


  5. Selecteer Instelwizard (Setup Wizard) en druk op OK.

    Opmerking:

    Wanneer er een geheugenkaart in de printer wordt geplaatst, kan er een waarschuwingsbericht worden weergegeven. Als er een bericht wordt weergegeven, controleert u het bericht en klikt u op OK.


  6. Selecteer de SSID (netwerknaam) waar u verbinding mee wilt maken. Dit is de naam van uw netwerk zoals bijvoorbeeld 'JoeBloggsInternet', 'MyInternetServiceProvider123'.

    Opmerking:

    Als er geen draadloos netwerk wordt gevonden, wordt er een waarschuwingsbericht weergegeven. Controleer de LAN-omgeving die wordt gebruikt, ga terug naar Draadloze LAN-instellingen (Wireless LAN Setup) en probeer het opnieuw. Volg de stappen in het volgende gedeelte om de SSID handmatig in te voeren.


  7. Voer de in de router ingestelde beveiligingssleutel in. Als uw netwerk niet beveiligd is, selecteert u Geen (None) en gaat u naar de volgende stap.

    WEP-sleutelinvoer WPA-sleutelinvoer


    Opmerking:

    Als u hulp nodig heeft bij het invoeren van de juiste instellingen, gaat u naar de bovenstaande sectie Hoe kom ik achter mijn netwerkinstellingen? (How do I find out my network settings?)



De printer op een draadloos LAN-netwerk aansluiten - Optie 2: met behulp van de geavanceerde installatie (handleiding)

Voordat u de printer instelt, moet u ervoor zorgen dat het toegangspunt is ingeschakeld en communicatie beschikbaar is.

  1. Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld.

    Opmerking:

    • Schakel de printer niet uit en verwijder de stroomtoevoer niet als u instellingen invoert op het bedieningspaneel.
    • Het netwerk instellen als u toegang heeft tot de geheugenkaart kan de toegang verbreken.


  2. Ga naar de modus Instellingen (Setup).

    • Stylus SX510W/SX515W: Druk op Instellingen (Setup) op het bedieningspaneel van de printer.

    • Stylus SX610FW, Stylus Office BX610FW, Stylus Photo PX710W, Stylus Photo PX810FW: Druk, indien nodig, op de knop Home op het bedieningspaneel van de printer. Selecteer Instellingen (Setup) en druk op OK.

      Opmerking:

      Gebruikers van PX810FW: Aangezien uw alles-in-een-printer een aanraakpaneel heeft, hoeft u OK niet te selecteren om naar het menu Instellingen (Setup) op het aanraakpaneel te gaan. Dit geldt voor de meeste andere instructies in dit artikel die u aanraden om op OK te drukken om naar een menu te gaan.


  3. Druk op de linker- of rechterpijltoets om Netwerkinstellingen (Network Settings) te installeren. Druk op de knop OK om het te selecteren.


  4. Selecteer Draadloze LAN-instelling (Wireless LAN Setup) en druk op OK.


  5. Selecteer Geavanceerde instellingen (Advanced Setup) en druk op OK.


  6. Selecteer Handmatige installatie (Manual Setup)/Draadloze LAN handmatig instellen (Manual Wireless LAN Setup) en druk op OK. Druk vervolgens op OK om de verbindingsprompt in te schakelen.

    Opmerking:

    Wanneer er een geheugenkaart in de printer wordt geplaatst, kan er een waarschuwingsbericht worden weergegeven. Als er een bericht wordt weergegeven, controleert u het bericht en klikt u op OK.


  7. Als u verbinding met uw netwerk via een draadloze router maakt, selecteert u de Infrastructuurmodus (Infrastructure Mode). Voor meer informatie over de typen draadloze netwerken, raadpleegt u het volgende gerelateerde artikel: Draadloos netwerken: Uitleg over de beschikbare draadloze LAN-verbindingsmethoden (Wireless Networking: Explanation of the available Wireless LAN connection methods)


  8. Selecteer SSID zoeken (Search SSID). Als er geen SSID wordt weergegeven, controleert u of het toegangspunt beschikbaar is voor communicatie.

    Opmerking:

    Om handmatig toegang tot de SSID te krijgen, selecteert u SSID invoeren (Enter SSID). Als de netwerk-SSID vanwege veiligheidsredenen is verborgen, wordt deze niet in de lijst weergegeven. Druk op de knop Terug (Back) om naar de vorige stap terug te keren, en voer de SSID handmatig in.

    Voer de SSID correct in, en zorg ervoor dat u alle karakters in het juiste formaat invoert.

    • Gebruik de pijltoets omhoog of omlaag om in ieder karakterveld een karakter te selecteren (bijvoorbeeld een letter of cijfer) met behulp van de rechterpijltoets om naar het volgende karakterveld te gaan.
    • U kunt de knop Menu gebruiken om te wisselen tussen karaktersets zoals ABC, abc, 123.
    • Om terug te gaan naar een invoerveld voor karakters gebruikt u de linkerpijltoets. Druk op [-] om een karakter te verwijderen.

    Zodra u de volledige SSID heeft ingevoerd, drukt u op de knop OK.


  9. Selecteer de SSID (netwerknaam) waar u verbinding mee wilt maken. Dit is de naam van uw netwerk zoals bijvoorbeeld 'JoeBloggsInternet', 'MyInternetServiceProvider123'.


  10. Selecteer de juiste beveiligingsmethode en druk op OK. De opties Geen (None) en de WEP worden eerst weergegeven. Het kan zijn dat u op de mlaagtoets moet drukken om de WPA-opties te kunnen bekijken. Als uw netwerk niet beveiligd is, selecteert u Geen (None) en gaat u naar de volgende stap.


    • Als u WPA2 als het beveiligingstype voor de router instelt, selecteert u WPA-PSK (TKIP) of WPA-PSK (AES).

    • Als WEP-64 bit (40 bit) of WEP-128 bit (104 bit) is geselecteerd, bevestigt u de invoermethode van de websleutel.

      • Selecteer Alfanumeriek (Alphanumeric) als de WEP-sleutel 5 of 13 tekens lang is.
      • Selecteer Hexadecimaal (Hexadecimal) als de WEP-sleutel 10 of 26 tekens lang is.

  11. Voer de in de router ingestelde beveiligingssleutel in. Als uw netwerk niet beveiligd is, selecteert u Geen (None) en gaat u naar de volgende stap.

    WEP-sleutelinvoer WPA-sleutelinvoer

    Opmerking:

    Als u hulp nodig heeft bij het invoeren van de juiste instellingen, gaat u naar de bovenstaande sectie Hoe kom ik achter mijn netwerkinstellingen? (How do I find out my network settings?)


  12. Als het scherm Instellingen bevestigen (Confirm Settings) wordt weergegeven, drukt u op OK.


    Wacht 30 seconden totdat de printer een draadloze verbinding met de router tot stand heeft gebracht. Vervolgens moet u de netwerkverbinding bevestigen.



De netwerkverbinding configureren

  1. Na 30 seconden selecteert u Instellingen bevestigen (Confirm Settings) en drukt u op OK.


  2. Hier kunt u de verbindingsstatus bevestigen. De informatie in dit scherm vertelt u of de printer is aangesloten op de router en de draadloze LAN. Druk op de omlaagtoets voor meer informatie. Noteer het hier weergegeven IP-adres van de printer, aangezien u dit later wellicht nog nodig heeft.


    Als u een statussheet wilt afdrukken, drukt u op Starten (Start). Druk op de knop Kopiëren (Copy) of Home om de installatiemodus te verlaten. Het is niet mogelijk om vanaf een computer af te drukken als het product zich in de installatiemodus bevindt.



De poort van het printerstuurprogramma en het stuurprogramma van de scanner configureren

U moet de poortinstellingen van de printer opnieuw configureren (Windows) of de printer opnieuw toevoegen (Mac OS X). Tevens moet u de scaninstellingen van Epson configureren zodat het product op het netwerk kan worden gebruikt.


Volg voor Mac OS X de onderstaande instructies voor het instellen van uw alles-in-een-printer op uw netwerk.

Mac OS X Power PC: 10.3.9, 10.4.x:

  1. Open Applicaties/Hulpprogramma's (Applications/Utilities). Dubbelklik op het Hulpprogramma voor printerinstellingen (Printer Setup Utility).

  2. Klik op het pictogram [+] Toevoegen ([+] Add) bovenaan de printerlijst.


  3. Er wordt een venster weergegeven. Klik op het keuzemenu bovenaan.



  4. Selecteer Rendezvous, klik op 'EPSONxxxxxx (IP)' om deze te markeren (waar xxxxxx staat voor een aantal letters en nummers en het MAC-adres van de printer vormt), en klik vervolgens op Toevoegen (Add). Om via Rendezvous af te drukken, moeten de printer en de computer automatisch een IP-adres toegewezen krijgen via de DHCP-functie.

    Als de printer een uniek IP-adres toegewezen heeft gekregen, selecteert u een van volgende mogelijkheden:

    • Voor afdrukken via TCP/IP, selecteert u EPSON TCP/IP in het keuzemenu, en klikt u vervolgens op het model van uw Epson-printer en klikt u op Toevoegen (Add).

    • Voor afdrukken via AppleTalk, selecteert u EPSON AppleTalk, selecteert u het gebied in het keuzemenu, en klikt u vervolgens op het model van uw Epson-printer en klikt u op Toevoegen (Add).


      Opmerkingen-pictogram Opmerking:

      Het kan tot 90 seconden duren voordat uw computer uw EPSON AppleTalk- of EPSON TCP/IP-printer op het netwerk heeft gevonden. Als de naam van uw Epson-printer niet wordt weergegeven, zoekt u naar een vermelding met 'EPSON' gevolgd door een nummer en '(IP)', zoals 'EPSON4782E0 (IP)', en klikt u vervolgens op Toevoegen (Add).

      Als de alles-in-een-printer is ingesteld om automatisch een IP-adres toegewezen te krijgen, kan het IP-adres worden gewijzigd iedere keer wanneer u uw product inschakelt. Als het IP-adres is gewijzigd, moet u de printer in de toekomst misschien opnieuw toevoegen en de scannetwerkinstellingen van Epson opnieuw configureren. Om te voorkomen dat het IP-adres wordt gewijzigd, stelt u uw DHCP-server in om een IP-adres te reserveren voor uw alles-in-een-printer (stel een statisch IP-adres in). Volg de instructies verder op en raadpleeg vervolgens de documentatie van uw router voor meer informatie.


  5. De printer wordt nu toegevoegd aan de printerlijst.

    Als u een printer toevoegt en 'Driver niet geïnstalleerd' (Driver not installed) weergegeven wordt, moet u wellicht het type printer dat u gebruikt specificeren.

    • Probeer de printer opnieuw toe te voegen, maar voeg geen model 'Gimp-Print + CUPS' toe.
    • Wanneer het dialoogvenster Printer toevoegen (Add Printer) wordt weergegeven, klikt u op 'Selecteer het te gebruiken stuurprogramma' (Select the driver to use) in het menu Afdrukken met (Print Using), en selecteert u vervolgens het Epson-stuurprogramma met behulp van bovenstaande instructies.
    • De printer wordt nu toegevoegd aan de printerlijst.


  6. Als u een inkjetprinter heeft is de installatie nu voltooid. Als u een alles-in-een-printer heeft gaat u naar Epson Scan-instellingen configureren (Configuring Epson Scan Settings).


Mac OS X Intel: 10.4.4 en hoger (Tiger), 10.5.x (Leopard), en 10.6.x (Snow Leopard):

  1. Klik op de knop [+] toevoegen onderaan het printervenster.


  2. Het venster Printerbrowser (Printer Browser) wordt weergegeven. Aangesloten printers met het juiste geïnstalleerde stuurprogramma moeten worden weergegeven. Selecteer 'EPSONxxxxxx (IP)' om deze te markeren (waar xxxxxx staat voor een aantal letters en nummers die het MAC-adres van de printer vormen).

    Zorg ervoor dat 'Bonjour', 'EPSON AppleTalk', of 'EPSON TCP/IP' in de kolom 'Soort' (Kind) wordt weergegeven en zorg ervoor dat de juiste Epson-printernaam wordt weergegeven onder Afdrukken met (Print Using). Klik vervolgens op Toevoegen (Add) op de scherm Printerbrowser (Printer Browser).

    Om via Bonjour af te drukken, moeten de printer en de computer automatisch een IP-adres toegewezen krijgen via de DHCP-functie.

    Opmerkingen-pictogram Opmerking:

    Als de printer is ingesteld om automatisch een IP-adres toegewezen te krijgen, kan het IP-adres veranderen iedere keer wanneer de printer wordt ingeschakeld. Als het IP-adres is gewijzigd, moet u de onderstaande stappen herhalen om de netwerkinstellingen van Epson Scan opnieuw te configureren. Om te voorkomen dat het IP-adres wordt gewijzigd probeert u het volgende: schakel uw netwerkapparaten altijd in dezelfde volgorde in, schakel de printer niet uit, of stel uw DHCP-server in op het reserveren van een IP-adres voor uw printer (raadpleeg de documentatie van uw router voor meer informatie).


    Als er een uniek IP-adres is toegewezen aan de printer, voegt u de printer toe via 'EPSON TCP/IP' of 'EPSON AppleTalk'. Als een van deze opties niet beschikbaar is voor de printer, doet u het volgende:

    • Klik op Meer printers (More Printers). Als er bovenaan de browser geen pictogrammen worden weergegeven, klikt u op het pictogram rechtsboven in het venster.


    • Er wordt een ander venster weergegeven. Klik op het keuzemenu en selecteer een van de volgende mogelijkheden:

    • Voor afdrukken via TCP/IP, selecteert u EPSON TCP/IP, en klikt u vervolgens op het model van uw Epson-printer en klikt u op Toevoegen (Add).
    • Voor afdrukken via AppleTalk, selecteert u EPSON AppleTalk, selecteert u het gebied in het keuzemenu, en klikt u vervolgens op het model van uw Epson-printer en klikt u op Toevoegen (Add).


      Opmerkingen-pictogram Opmerking:

      Het kan tot 90 seconden duren voordat uw computer uw EPSON TCP/IP-printer op het netwerk heeft gevonden. Als de printernaam van uw Epson niet wordt weergegeven, zoekt u naar Netwerkprinter (IP) (NetworkPrinter (IP))of naar 'EPSON' gevolgd door een nummer en '(IP)', zoals 'EPSON4782E0 (IP)'. Als u een dergelijke vermelding ziet, controleert u of 'EPSON TCP/IP' in de kolom 'Soort' (Kind) wordt weergegeven en klikt u vervolgens op Toevoegen (Add). Selecteer niet 'Bonjour' in de kolom 'Soort' (Kind).

      In 10.5.x en 10.6.x is de optie EPSON AppleTalk wellicht niet aanwezig. U kunt de printer via AppleTalk in het gedeelte AppleTalk van de printerbrowser toevoegen.

      Als de printer niet wordt weergegeven, controleert u of de printer is ingeschakeld en er netwerkverbinding mogelijk is. Als dit niet het geval is, voert u het IP-adres van de printer handmatig in in het veld Internetadres of DNS-naam (Internet address or DNS name) en klikt u vervolgens op Bevestigen (Verify). Uw printer moet nu in de lijst worden weergegeven. Klik vervolgens op Toevoegen (Add).

      Als het foutbericht 'Printer niet gevonden' (Printer not found) wordt weergegeven, controleert u het IP-adres dat op de statussheet van het netwerk wordt weergegeven.

      Raadpleeg voor instructies over het afdrukken van een statussheet het gedeelte Gerelateerde artikelen (Related Articles): Een netwerkstatussheet afdrukken (How do I print a network status sheet?).


    • Als u een printer toevoegt en 'Driver niet geïnstalleerd' (Driver not installed) wordt weergegeven, moet u wellicht het type printer dat u gebruikt specificeren.
      1. Probeer de printer opnieuw toe te voegen, maar voeg geen Gutenprint-model toe.
      2. Wanneer het dialoogvenster Printer toevoegen (Add Printer) wordt weergegeven, klikt u op 'Selecteer het te gebruiken stuurprogramma' (Select the driver to use) in het menu Afdrukken met (Print Using), en selecteert u vervolgens het Epson-stuurprogramma voor uw printer

    • De printer is toegevoegd aan de lijst in Afdrukken & faxen (Print & Fax) en afdrukken is afgerond.

      Als u een inkjetprinter heeft is de installatie nu voltooid. Als u een alles-in-een-printer heeft gaat u naar Epson Scan-instellingen configureren (Configuring Epson Scan Settings).


Epson Scan-instellingen configureren:

  1. Open de map Hulpprogramma 's (Utilities) (\Applicaties\Hulprogramma's) (Applications\Utilities). Dubbelklik op het pictogram ESS-pictogram EPSON-scaninstellingen (Epson Scan Settings).

  2. Het volgende scherm (EPSON Scan kan niet worden gestart') (EPSON Scan cannot be started) wordt tweemaal weergegeven. Klik beide keren wanneer dit wordt weergegeven op Nee (No).


  3. Selecteer Netwerk (Network) als de verbindingsinstelling. Het venster wordt gewijzigd. Klik vervolgens op Toevoegen (Add).


  4. Het volgende scherm wordt weergegeven. De software zoekt naar het Epson-product op het netwerk en geeft 'Zoeken. Een moment geduld' (Searching. Please wait) weer.


  5. Als het product is gevonden, wordt het IP-adres en het bericht 'Zoeken voltooid' (Search complete' weergegeven. Klik op het IP-adres om het te markeren. Klik op OK.


    Opmerkingen-pictogram Opmerking:

    Om de scanner te hernoemen, typt u een naam in het tekstvak Scannernaam (Scanner Name).

    Als het IP-adres niet wordt weergegeven, kunt u de optie Adres invoeren (Enter address) selecteren. Typ het IP-adres van de printer dat op de netwerkstatussheet wordt weergegeven. Klik op OK.

    Raadpleeg voor instructies over het afdrukken van een statussheet het gedeelte Gerelateerde artikelen (Related Articles): Een netwerkstatussheet afdrukken (How do I print a network status sheet?).


  6. Het Epson-product wordt weergegeven in EPSON-scaninstellingen (Epson Scan Settings). Klik nogmaals op OK om het venster te sluiten


    Opmerkingen-pictogram Opmerking:

    Als de printer is ingesteld om automatisch een IP-adres toegewezen te krijgen, kan het IP-adres veranderen iedere keer wanneer de printer wordt ingeschakeld. Als het IP-adres is gewijzigd, moet u de onderstaande stappen herhalen om de netwerkinstellingen van Epson Scan opnieuw te configureren. Om te voorkomen dat het IP-adres wordt gewijzigd probeert u het volgende: schakel uw netwerkapparaten altijd in dezelfde volgorde in, schakel de printer niet uit, of stel uw DHCP-server in op het reserveren van een IP-adres voor uw printer (raadpleeg de documentatie van uw router voor meer informatie).


U kunt nu scannen en afdrukken.

Terug naar boven



Voor Windows volgt u onderstaande instructies voor het toevoegen van de EpsonNet-afdrukpoort en het configureren van Epson Scan.

De printerpoort configureren:

  1. Klik op Staten (Start) en Configuratiescherm (Control Panel).

  2. Open de map van de printer.

    • Voor Windows 2000 en Vista selecteert u Printers.
    • Selecteer voor Windows XP Printers en faxapparaten (Printers and Faxes) of Printers en overige hardware (Printers and Other Hardware) en vervolgens Geïnstalleerde printers en faxprinters weergeven (View installed printers and fax printers).
    • Voor Windows 7 selecteert u Apparaten en Printers (Devices and Printers).

  3. Zoek naar het pictogram van uw Epson-printer in de map van de printer.

  4. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de Epson-printer en er wordt een menu weergegeven. Voor Windows 7 klikt u met de linkermuisknop op Printereigenschappen (Printer Properties). Voor Windows 2000, XP en Vista klikt u met de linkermuisknop op Eigenschappen (Properties).

  5. Klik op het tabblad Poorten (Ports).

  6. In Poorten klikt u op Poort toevoegen (Add Port).


  7. Er wordt een venster weergegeven met een aantal poorten waar u uit kunt kiezen. Klik op EpsonNet-printerpoort (EpsonNet Print Port) uit de lijst, en klik vervolgens op Nieuwe poort (New Port).


    Opmerking:

    Als de keuze EpsonNet-printerpoort (EpsonNet Print Port) niet wordt weergegeven, betekent dit dat EpsonNet Print en EpsonNet Config niet geïnstalleerd zijn. Wij raden aan om de EpsonNet-printerpoort waar mogelijk te gebruiken.

    • EpsonNet afdrukken (EpsonNet Print) en EpsonNet Config (EpsonNet configureren) kan op de website van Epson worden gedownload of geïnstalleerd via de software op de cd-rom van Epson. Voor gebruikers van Windows 7 geldt dat u deze software kunt downloaden onder de Windows Vista-selectie op de Epson-website.

    • Als de router is ingesteld op het automatisch toewijzen van IP-adressen, gebruikt u de EpsonNet-afdrukpoort (automatische) installatie. Dit moet omdat de router een dynamisch IP-adres aan het Epson-apparaat zal hebben toegekend. Dynamische IP-adressen kunnen veranderen, waardoor communicatie tussen de apparaten verloren kan gaan als een van de apparaten is uitgeschakeld, waardoor er onjuist afgedrukt of gescand kan worden. Daarom raden we het gebruik van een EpsonNet-afdrukpoort aan aangezien deze het Epson-apparaat herkent aan de apparaatnaam.

    • Als de router niet is ingesteld op het toewijzen van IP-adressen (ze worden bijvoorbeeld handmatig toegewezen door de netwerkgebruiker/-beheerder en kunnen worden gereserveerd), kunt u een (handmatige) installatie van de EpsonNet-afdrukpoort gebruiken, of een standaard TCP/IP-poort gebruiken, die is ingesteld op het IP-adres van de printer. Selecteer Standaard TCP/IP-poort (Standard TCP/IP Port) en klik vervolgens op Nieuwe poort (New Port).


      Het venster Standaard TCP/IP-printerpoortwizard toevoegen (Add standard TCP/IP Printer Port Wizard) wordt weergegeven. Klik op Volgende (Next). Voer het IP-adres van de printer in in het veld printernaam of IP-adres. Het IP-adres wordt ook als poortnaam opgenomen, en u kunt deze wijzigen. Klik op Volgende (Next). Windows probeert het ingevoerde IP-adres te controleren. Als u klaar bent, klikt u op Voltooien (Finish). Volg de stappen hieronder om de poortconfiguratie te voltooien.


  8. De Wizard voor het afdrukken van de EpsonNet-printerpoort (Add EpsonNet Print Port Wizard) wordt weergegeven en bevat een lijst met printers die op het netwerk zijn gedetecteerd. Selecteer het doelapparaat (printer of alles-in-een-printer) uit de lijst, en klik vervolgens op Volgende (Next). Als het doelapparaat niet in de lijst staat, klikt u op Opnieuw zoeken (Search Again).


  9. De gegevens van het apparaat en de poort worden weergegeven. Het standaard poorttype is IP-adres (handmatig), (IP Address (Manual)) en kan indien nodig worden gewijzigd. Klik op Voltooien (Finish).


  10. U keert terug naar het venster Poort toevoegen (Add Port). Klik op Sluiten (Close).

  11. In het venster Poorten (Ports) zoekt u naar de poort die u heeft toegevoegd. Hier moet de poortnaam of het IP-adres worden weergeven. Klik op het selectievakje ernaast om het toe te voegen, en klik vervolgens op Toepassen (Apply) om de poort in te stellen.

  12. Het printerstuurprogramma moet nu geconfigureerd zijn. Probeer een testpagina af te drukken via het tabblad Algemeen (General) om dit te testen.


  13. Klik op OK om het printervenster Eigenschappen (Properties) af te sluiten.


Epson Scan-instellingen configureren:

  1. Klik op Starten (Start) > Alle programma 's (All Programs) > EPSON Scan > EPSON-scaninstellingen (EPSON Scan Settings).


  2. Als u bijvoorbeeld het foutbericht 'EPSON Scan kan niet worden gestart' (Epson Scan cannot be started) ziet, klikt u op 'Nee' (No).


  3. Het venster EPSON-scaninstellingen (EPSON Scan Settings) wordt geopend. Wijzig de verbinding in netwerk.

  4. Het venster wordt gewijzigd. Klik op Toevoegen (Add).


  5. Het venster Toevoegen (Add) wordt geopend en probeert naar de scanner op het netwerk te zoeken. Gedetecteerde scanners of alles-in-een-printers worden weergegeven onder Naar adressen zoeken (Search for addresses). Wacht tot het zoeken is gestopt. Uw alles-in-een-printer kan aan het IP-adres worden herkend.
  6. Klik op de vermelding voor uw alles-in-een-printer en klik op OK.


    Opmerking:

    Als de scanner niet wordt gevonden, controleert u de verbinding en klikt u op Opnieuw proberen (Retry). Zorg ervoor dat Epson Scan en Epson Scan-instellingen zijn toegevoegd aan de lijst 'toegestane programma's' of 'uitzonderingen' van uw firewall. Als u de Windows Firewall in Windows XP/Vista gebruikt, raadpleegt u het volgende gerelateerde artikel voor meer informatie: Netwerken: Uitzonderingen aan Windows Firewall toevoegen (Networking: How to add exceptions to the Windows Firewall).

    Selecteer 'Adres invoeren' (Enter address) om het IP-adres handmatig in te voeren als de alles-in-een-printer niet wordt gevonden. Als u het IP-adres rechtstreeks invoert, wordt de functie 'autofollow' van het IP-adres uitgeschakeld.


  7. Als u de naam van de scanner wilt wijzigen (de standaardnaam is Scanner1), klikt u op Bewerken (Edit), voert u een naam in, en klikt u vervolgens op OK. Klik op de scanner en klik vervolgens op Testen (Test).
  8. Controleer of De verbindingstest is geslaagd en de scannernaam worden weergegeven, en klik op OK om het venster te sluiten en de instellingen op te slaan.

    Terug naar boven



    Epson Event Manager configureren om het netwerk te scannen met behulp van de knop push-scan.

    U kunt de knop push-scan aanpassen zodat een programma wordt geopend in de Epson Event Manager, zodat u nog sneller kunt scannen. Met uw alles-in-een-printer kunt u de functie push-scan op het netwerk gebruiken; om deze functie te gebruiken moet u de functie Netwerkscan inschakelen (Enable Network Scan) in Event Manager aanvinken.


    1. Voer een van de volgende acties uit om Epson Event Manager te starten:

      • Windows: Selecteer de knop Starten (Start) of Start > programma's (Start > Programs) of Alle programma's > Epson-software > Event Manager (All Programs > Epson Software > Event Manager).

      • Mac OS X: Selecteer \Applicaties\Epson-software (Applications\Epson Software) en dubbelklik op de pictogram Event Manager starten (Launch Event Manager).

    2. Het tabblad Knopinstellingen (Button Settings) wordt weergegeven in Epson Event Manager. De knoppen en mogelijkheden die hier worden weergegeven zijn afhankelijk van uw alles-in-een-model. Als uw product één knop heeft, ziet u een vervolgkeuzemenu met één knop.

    3. Klik op de knop Netwerkscaninstellingen (Network Scan Settings) onderaan het tabblad Knopinstellingen (Button Settings).


    4. Zorg ervoor dat het selectievakje naast Netwerkscan inschakelen (Enable Network Scan) is aangevinkt. Tevens kunt u, indien nodig, de Netwerkscannaam (Network Scan Name) wijzigen. Deze naam wordt op het LCD-scherm van uw alles-in-een-printer weergegeven als u een van de 'scan naar pc-functies' gebruikt. Controleer dit op elke computer die toegang heeft tot de alles-in-een-printer via het netwerk. 

      De netwerkscannaam is alfanumeriek, dus moet u een naam invoeren bestaande uit zowel nummers als letters (het voorbeeld hieronder gebruikt 'Epson123'). We raden aan om een unieke, herkenbare naam op iedere computer in te stellen die de alles-in-een-printer gebruikt, bijv. 'PietPC1', 'Computer1', 'Computer2'. Klik op OK en sluit het venster Knopinstellingen.


    5. Start de computer opnieuw op zodat de instellingen worden geactiveerd.

      Windows-gebruikers: Als u van plan bent om de functie push-scan te gebruiken, zorgt u ervoor dat het pictogram EPSON Event Manager wordt weergegeven in het mededelingengebied in de taakbalk/het systeemvak van Windows voordat u op de knop push-scan drukt. Om de functie(s) 'scan naar pc' te gebruiken, moet EPSON Event Manager gereed zijn om te scannen.


    6. Voor meer informatie over het programmeren van de gebeurtenismarkeringen, raden we u het volgende gerelateerde artikel aan: Hoe configureer ik de scannerknop voor Epson Event Manager? (How do I configure the scanner button for Epson Event Manager?).

      Opmerking:

      Als u hulp nodig heeft bij het gebruik van Epson Event Manager voert u een van onderstaande handelingen uit:

      Voor Windows: Klik op het pictogram in de rechterbovenhoek van het scherm.
      Voor Mac OS X: Klik op Help, en vervolgens op Epson Event Manager Help.



    De geheugenkaartsleuf configureren voor gebruik op het netwerk

    Voor toegang tot de geheugenkaartsleuf van een netwerk, stelt u Instellingen voor bestanden delen (File Sharing Setup) in op Inschakelen (Enable) op het bedieningspaneel van de printer en selecteert u Netwerk (Network). Deze instelling is beschikbaar via Netwerkinstellingen (Network Settings) in het menu Instellingen (Setup). U moet Alleen-lezen (Read Only) selecteren. Om de geheugenkaart overschrijfbaar te maken, stelt u de modus Delen (Share) in op Lezen/schrijven (Read/Write).

    Voor ondersteuning bij het configureren van de netwerksleuf voor Mac OS X of Windows, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw printer; het gedeelte Configureren van de netwerkkaartsleuf (Configuring the Network Card Slot) in Home > Netwerken (Networking) >Installatie met behulp van het configuratiescherm en besturingssysteemfuncties (Setup Using the Control Panel and OS Functions).

    U kunt ook een van de gerelateerde artikelen raadplegen voor ondersteuning:

    Terug naar boven



    Bestands-id:372856
    Releasedatum:donderdag 15 september 2011