De mening van Europa: de invloed van technologie op de werkplek

Een optimistische mening in Europa over de voordelen van opkomende technologieën voor de werkplek mag niet tot gemakzucht leiden

De mening van Europa: de invloed van technologie op de werkplek

Stel u eens een toekomst voor waarbij massaproductie wordt vervangen door hyper-lokaal afdrukken, waarbij de bevolking gebruikmaakt van geavanceerde technologie om vanuit het eigen huis ziekten te voorkomen, waarbij virtuele vergaderingen plaatsvinden via hologrammen terwijl externe medewerkers samenwerken op de werkplek van morgen. Die toekomst is veel dichterbij dan we denken.

Deze visie op de toekomst van het werk is echt geen sprookje, maar vormt een realiteit die begint vorm te krijgen, zoals onlangs via onderzoek van Epson naar de meningen van Europese bedrijfsmanagers en werknemers over de werkplek van morgen aan het licht is gekomen. Meer dan de helft (57 procent) van de Europese beroepsbevolking in branches als de gezondheidszorg, het onderwijs, de detailhandel en de productiesector, is van mening dat hele sectoren en organisatiemodellen zullen worden verstoord door technologie. Zes procent van ondervraagden was van mening dat hun afzonderlijke functie binnen 10 jaar niet langer zal bestaan. Ziet de toekomst er dan grimmig uit?

Een positieve kijk op verandering

Ondanks de enorme verstoring die als gevolg van technologie wordt verwacht, is de realiteit dat 64% van Europese werknemers zei een positief gevoel te hebben over de toekomst die wordt voorspeld door 17 branche-experts en futurologen die we naar hun indrukken vroegen van de manier waarop technologie de werkplek van de toekomst kan vormgeven.

Maar optimisme alleen is niet voldoende. Voor het tot stand brengen van een positieve transformatie in de industrie als geheel moeten organisaties zich wel degelijk inzetten. Voorlopig is slechts 14 procent van werknemers van mening dat hun organisatie het 'uitstekend' doet op het gebied van het bijhouden van de nieuwste ontwikkelingen in de technologie. Bovendien is slechts 28 procent ervan overtuigd dat hun organisatie het erg goed doet bij het implementeren van nieuwe technologie.

Bij het aanpakken van deze uitdaging moeten organisaties rekening houden met de grote zorgen die werknemers zich maken. Van de ondervraagden was 75 procent van mening dat technologie zou leiden tot minder werknemers. Dat getal varieerde per land sterk. Spaanse werknemers maakten zich de grootste zorgen: 8 uit 10 werknemers zag een toekomst met een kleiner personeelsbestand. Duitse werknemers waren heel wat minder pessimistisch, met slechts 67 procent die zorgen uitten over de impact. Daarbij moet natuurlijk wel worden opgemerkt dat Spanje het op een na hoogste werkloosheidscijfer in de EU heeft 1, en Duitsland kan bogen op de op een na laagste werkloosheid. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de arbeidsmarkt een bepaalde rol kan spelen in het pessimisme van de een en het optimisme van de ander.

Optimisme per sector

Ook in de variaties per sector vielen interessante trends waar te nemen. In de productiesector viel een opvallend optimisme te bespeuren. Hier verwachtte 75 procent van werknemers dat er een verschuiving zal plaatsvinden naar een lokaler productiemodel, terwijl 55 procent verwacht dat het werkgelegenheidsniveau hetzelfde zal blijven of zelfs iets kan stijgen. Gezien de aanzienlijke impact die we alleen al voor de productiesector van 3D-afdrukken verwachten, was dit een intrigerend kijkje in de opvattingen van het personeelsbestand.

In het onderwijs waren respondenten echter veel minder optimistisch. Hier werden zorgen geuit over de impact op het vasthouden van kennis als resultaat van meer technologie in het onderwijs, maar ook over factoren die de introductie van technologie juist zouden kunnen beperken. Werknemers in de onderwijssector zijn van mening dat de grootste bedreigingen voor het onderwijs van toekomstige generaties wordt gevormd door financiering, training van docenten en verouderde technologie. Maar liefst 61 procent van werknemers in het onderwijs is van mening dat docenten niet over de juiste apparatuur beschikken om leerlingen en studenten de vaardigheden bij te brengen die ze in de komende tien jaar nodig hebben. Op dit idee gaan we verderop in deze reeks nader in.

Wat kunnen we leren van de meningen van Europese werknemers? Over het algemeen dat we niet achterover mogen leunen, dat er grote veranderingen zullen komen en dat hierbij ook ruimte is voor echt optimisme over de transformatie die dat betekent. De echte vraag luidt: kunnen organisaties de positieve voordelen waarmaken en, tot slot, wie is er verantwoordelijk voor om dat te doen?

Wilt u meer informatie?

Het volledige rapport bevat alle insights en kunt u hier downloaden