De verbinding controleren met de opdracht Ping - macOS

Met een Ping-opdracht kunt u controleren of de computer is verbonden met de printer. Volg de onderstaande stappen om de verbinding te controleren met een Ping-opdracht.

  1. Controleer het IP-adres dat de printer gebruikt voor de verbinding die u wilt controleren.
    U kunt dit controleren in het netwerkstatusscherm op het bedieningspaneel van de printer, in een verbindingsrapport of in de kolom IP Address van het netwerkstatusvel.
  2. Start Network Utility.
    Ga naar Network Utility in Spotlight.
  3. Klik op het tabblad Ping, voer het IP-adres in dat u in stap 1 hebt gevonden en klik vervolgens op Ping.

  4. Controleer de communicatiestatus.
    Als de printer en computer met elkaar communiceren, wordt het volgende bericht weergegeven.

  5. Als de printer en computer niet met elkaar communiceren, wordt het volgende bericht weergegeven.